Conclusie
Nummer20/03519
Het cassatieberoep
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en 2 primair “
feitelijk leiding geven aan witwassen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft het hof de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 90.000,-, subsidiair 365 dagen hechtenis.
heeft het hof de standpunten van de verdediging genegeerd door uit te gaan van de juistheid van het bewijsmateriaal waarvan de betrouwbaarheid van de verdediging werd betwist”.
met behulp waarvandiverse geldbedragen zijn witgewassen. Van die geldbedragen werd aldus (in de woorden van de bewezenverklaring) “
de werkelijke aard en herkomst verborgen en verhuld”. Bewijsoverweging (feit 2) B, p. 36-37 van het bestreden arrest, laat daarover weinig misverstand bestaan (onderstreping van mij):
omkoping van [betrokkene 4] en/of oplichting en/of verduistering door [betrokkene 2] en/of [betrokkene 4]”. Zoals gezegd eist de wet geen nadere specificatie van de gronddelicten. Dat is in deze zaak ook niet goed mogelijk vanwege de door de (mede)verdachten opgetuigde, geclusterde beloningsstructuur, die onderdeel is van de modus operandi van de genoemde (categorieën van) gronddelicten. Zie daartoe de bewijsoverwegingen onder C, die aan de laatst aangehaalde passage voorafgaan. In die beloningsstructuur is het onderscheid naar geldbedragen die aan specifieke delicten zijn gerelateerd, nagenoeg niet te maken. De begrijpelijkheid van alle hiervoor geciteerde overwegingen en oordelen wordt in cassatie overigens niet aangevochten.
Er geen bewijs aanwezig is voor eenspecifiekgronddelict.”