Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
‘Wij waren het Spectra team en deden onderzoek naar een X aantal personen in de wijk die de nodige aandacht vroegen, naar aanleiding van gepleegde strafbare feiten die zij deden en overlast die zij veroorzaakten. Er was een samenstelling gemaakt welke groep jongens en meiden daarvoor in beeld kwamen.'... 'Zodoende is er een lijst van om en nabij 72 of 74 personen die aangedragen werden, opgesteld. Heel snel werd duidelijk dat we daar 40 personen vanaf konden halen omdat bleek dat zij niet in beeld kwamen, die konden van de lijst af.'
: 'Op basis van de voorgaande analyses ontstond de vraag wie er in de wijk, mogelijk, verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de exorbitant hoge inbraakcijfers. Om hier inzicht in te verkrijgen is er door de onderzoekers van het bureau Analyse en Research van de eenheid Den Haag onderzoek gedaan naar mogelijke veroorzakers (daders).
'voorinformatie'te verzamelen en dat de beruchte lijst al voor die tijd tot stand gekomen is naar aanleiding van overleg met leidinggevenden van instanties zoals de jeugdreclassering. [verbalisant 1] geeft aan dat hij als teamlid van Spectra in dat kader ook contact had met het OM en dat dit onderzoek dus onder verantwoordelijkheid van het OM is gedraaid.
' [betrokkene 1] maakte deel uit van deze groep. Op het moment stonden deze jongens altijd samen op straat Ook al sta je er bij, is het misschien een keer dat het niet opvalt. Als je er continu bij staat, maak je deel uit van die groep. U vraagt mij of dus erbij staan, genoeg was om op de lijst te komen. Ja.'
'de jeugdgroepen'. Meer specifiek omschrijven deze twee verbalisanten hun taak als:
'het aanspreken van de leden van de jeugdgroep teneinde een verbinding te krijgen met leden uit de jeugdgroep, alsmede het aanspreken (op hun gedrag), bekeuringgesprekken, aanhouden, het verhoren van de verdachten en hetobserverenvan de jeugdgroepen.’
‘tref je ze aan in de wijk, probeer zoveel mogelijk te noteren, kleding, voertuigen, met wie zij omgaan’. Op de vraag hoe het Spectra en het HIT team zich ten opzichte van elkaar verhielden, antwoordt hij
: ‘Wij maakten gebruik van het HIT team. HIT was een geüniformeerde groep die voornamelijk op de mountainbike de wijk in gingen. Wij konden gebruik maken van het HIT team- het team viel specifiek onder de Berensteinlaan’. Op de vraag wie het HIT team de instructie gaf om hen in te zetten, verklaart [verbalisant 1] : ‘
Dat ging altijd in overleg met [verbalisant 4] of de coördinator, [verbalisant 5] . 'Als wij hen wilden gebruiken, als ik iets signaleer, wil ik dat bevestigd hebben. Dat geef ik dan aan, aan mijn coördinator, dan zetten we het HIT team in om te kijken of wij die informatie kunnen veredelen.’
'weten waar zij zich dagelijks ophielden, waar zij zich mee bezig hielden, wat voor kleding zij droegen, met wie zij omgingen en contacten onderhielden, welke vervoersmiddelen zij gebruikten en wat hun bijnamen zijn.’
grote regelmaat de leden van het jeugdnetwerk en de voertuigen waar zij gebruik van maakten werden gecontroleerd.'
grote regelmaat'observeren en controleren van de ‘
leden’, gewoon praktijk was. En niet alleen in situaties waarin zoals de officier het noemt er aandacht van de politie gevraagd werd, maar veel vaker als daar juist helemaal geen concrete aanleiding voor was. En dat past ook precies bij het doel van het onderzoek: het ging er vooral om zoveel mogelijk informatie over de lijstpersonen te verzamelen. Los van de vraag of ze op dat moment om 'aandacht' vroegen.
rechtbank(met pen is hier aan toegevoegd: ‘hof’, D.P.) wordt gelegitimeerd, betekent dat OM en politie daarmee een vrijbrief krijgen door henzelf op tamelijk willekeurige wijze geselecteerde personen intensief in de gaten te houden, informatie te verzamelen en vast te leggen.
'zou kunnen voldoen aan een doelgroep jongen’. De jongen in kwestie heeft een plastic tasje bij zich en [verbalisant 6] vraagt wat er in zit. Het blijkt een spijkerbroek te zijn en vervolgens hoort [verbalisant 6] de jongen uit over de vraag waar de spijkerbroek vandaan komt. De jongen wil daar geen antwoord op geven en vervolgens volgt [verbalisant 6] hem nog even maar relateert vervolgens letterlijk dat ‘
hij hem niets kan maken’.
krijgenom mensen op basis van hun uiterlijk, (want wat betekent de frase 'zou kunnen voldoen aan een doelgroep jongen'?), worden staande gehouden en er vragen worden gesteld aan een persoon waar de politie niets mee te maken heeft.
DUPLIEK
zou kunnen voldoen aan een doelgroep jongen’. Ik stel daarnaast vast dat op de top 30 lijst waarvan de namen ook in het Kikkergroen dossier figureren, allemaal jongens zijn met een Turkse of Marokkaanse afkomst. Wordt er vervolgens op straat gehandeld door de politie omdat iemand eruit ziet als een 'doelgroep jongen’ dan is er sprake van selectie op basis van uiterlijk en etniciteit. Dat iemand een 'doelgroep jongen' zou kunnen zijn, staat namelijk niet op iemands voorhoofd.
Hetgeen hiervoor onder 3.4 is vooropgesteld Iaat evenwel onverlet de mogelijkheid dat de rechter bevindt dat de politie bij de uitoefening van voornoemde controlebevoegdheden de te controleren persoon of personen heeft geselecteerd op een wijze die onverenigbaar is met het uitgangspunt dat personen niet worden gediscrimineerd wegens onder meer hun ras of hun godsdienst of levensovertuiging. Indien de rechter tot de bevinding komt dat bij die selectie een in dit opzicht niet gerechtvaardigd onderscheid is gemaakt, zal hij moeten bepalen welk rechtsgevolg in de gegeven omstandigheden moet worden verbonden aan de onrechtmatigheid van de uitoefening van de controlebevoegdheid, rekening houdend met factoren als de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. Bij verkeerscontroles als in deze zaak aan de orde kan een dergelijke bevinding in het bijzonder in beeld komen indien de selectie van het voor een verkeerscontrole in aanmerking komend voertuig uitsluitend of in overwegende mate is gebaseerd op etnische of religieuze kenmerken van de bestuurder of andere inzittenden van dat voertuig.’
an sichacht ik al genoeg om de methodiek definitief naar de prullenbak te verwijzen.
Artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering
kennen en gekend worden. Het beperkte aantal leden van het HIT, meestal in uniform, was bekend bij de verdachte(n). Dit blijkt ook uit het hebben van bijnamen voor sommige opsporingsambtenaren, en het onderling waarschuwen als ze in zicht waren. De verdachte verkeerde op de betreffende momenten dan ook niet, of in mindere mate in een situatie waarin hij meende onbevangen zichzelf te kunnen zijn. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is daarmee beperkt gebleven.