Conclusie
Nummer19/02082 J
Het cassatieberoep
De zaak
social mediatussen de aangeefster [benadeelde] en de verdachte. De aangeefster heeft de verdachte uitgedaagd om elkaar op het metrostation te treffen. De verdachte heeft deze uitdaging aanvaard en is samen met haar tweelingzus [betrokkene 1] en de medeverdachte [medeverdachte] naar de metrohalte gegaan om daar te gaan vechten. De verdachte had vernomen dat de aangeefster een mes zou meenemen en de verdachte wist dat haar zus ([betrokkene 1]) een mes had gekregen, dat eveneens naar het metrostation werd meegenomen. Op het metrostation kwam het vrijwel direct tot een gevecht, waarbij de aangeefster drie keer is gestoken: twee keer door [betrokkene 1] en één keer door [medeverdachte]. De aangeefster is in de borst, buik en heup gestoken. Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot doodslag en openlijk in vereniging geweld plegen, met lichamelijk letsel als gevolg.
Het middel
middelbehelst de klacht dat het hof de bewezenverklaring dat de verdachte ‘beide ten laste gelegde feiten heeft medegepleegd’ onvoldoende dan wel onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
het hof begrijpt: [verdachte]) gestuurd: “16:00 uur Postjesweg”. Zij stuurde gelijk terug: “Ik ben er”. Vervolgens ben ik samen met [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8], [betrokkene 9] en [betrokkene 10] naar de metrohalte van de Postjesweg gegaan. Toen wij aan kwamen lopen, zag ik [verdachte] al staan. Zij was samen met [betrokkene 1] (haar tweelingzus), een klein meisje (
het hof begrijpt: de verdachte [1] ), [betrokkene 11] en een jongen uit de buurt. Mijn tante [betrokkene 5] liep in snelle pas vooruit. [verdachte] rende richting [betrokkene 5]. Ik zag dat ze [betrokkene 5] wilde slaan, maar ik was [verdachte] voor en trok/sloeg haar omlaag. [verdachte] probeerde mij toen te slaan maar ik pakte haar bij haar trui vast en slingerde haar op de grond. Tegelijkertijd was volgens mij het kleine meisje mij aan het slaan, maar ik was alleen maar gefocust op [verdachte]. Ik weet niet wat er daarna precies gebeurde, maar ik voelde een stoot in mijn onderbuik. Daarna hielden mensen ons uit elkaar. Ik voelde pijn aan mijn linkerborst en vlak boven mijn onderbroek. Ik zag dat ik bloedde en besefte gelijk dat ik was gestoken.
het hof begrijpt: [medeverdachte]) stond achter haar. Ik zag vanuit mijn ooghoek dat [betrokkene 1] iets vast had, maar niet wat. Ik zag ook dat zij in mijn richting steekbewegingen maakte. Vlak daarna voelde ik pijn in mijn onderbuik. Ik zag direct dat ik gestoken was en keek naar [betrokkene 1]. Ik zag dat zij het mes vasthield en zij rende naar boven samen met het kleine meisje en [verdachte].
je weet niet hoe [betrokkene 1] aan dat mes is gekomen? Toen zei ze: Nee ik vroeg haar wel hoe kwam je eigenlijk aan dat mes. Toen zei ze: het was via een jongen, via snap ofzo. Terwijl zij precies weet van wie.
hebben jullie nog dingen met elkaar afgesproken toen jullie daar heen gaan? Nee, [betrokkene 2] vroeg nog wel of we gingen vechten en ik zei dat we daar heen gingen om te praten.Terwijl [betrokkene 2] zei: we gaan gewoon praten, toen zei zij (
het hof begrijpt [verdachte]) toch: Nee we gaan matten.
het hof begrijpt telkens: de aangeefster [benadeelde]) een mes zou meenemen en wij hadden daarom ook een mes meegenomen. We wachtten op het moment dat [benadeelde] en haar vriendinnen ons begonnen aan te vallen. [medeverdachte] zou vechten met degene die er daarna nog bij zou komen. Ik wist dit omdat ze dat heeft gezegd nog voordat [benadeelde] op ons af kwam gelopen. Ze zei dat we gewoon één op één moesten vechten en als het nodig is zou zij bijspringen.
gesnapten zei dat hij een mes voor haar had. [medeverdachte] wist dat [benadeelde] een mes bij zich zou hebben. [medeverdachte] wilde een mes meenemen ter zelfverdediging. Ik had het mes achter mijn rug gestopt in de metro van de De Vlugtlaan richting de Postjesweg.
Bewijsoverweging
je weet niet hoe [betrokkene 1] aan dat mes is gekomen? Toen zei ze: Nee ik vroeg haar wel hoe kwam je eigenlijk aan dat mes. Toen zei ze: het was via een jongen, via snap ofzo. Terwijl zij precies weet van wie.
hebben jullie nog dingen met elkaar afgesproken toen jullie daar heen gaan? Nee, [betrokkene 2] vroeg nog wel of we gingen vechten en ik zei dat we daar heen gingen om te praten.Terwijl [betrokkene 2] zei: we gaan gewoon praten, toen zei zij (
het hof begrijpt [verdachte]) toch: Nee we gaan matten”
middelfaalt.