Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Oordeel van het hof
pressing social need) waarbij wordt getoetst aan de specifiek in art. 8 lid 2 EVRM Pro genoemde belangen, het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel.
family lifeals bedoeld in art. 8 EVRM Pro bestond, zoals de steller van het middel betoogt. [8] Dat de maatregel een inbreuk maakt op het familieleven tussen de verdachte en zijn kinderen, spreekt mijns inziens ook voor zich. [9] Wat in het middel ter discussie wordt gesteld is niet zo zeer of het aan de verdachte opgelegde verbod om contact te hebben met zijn kinderen een inbreuk op art. 8 EVRM Pro vormt, maar of de beperkingen die de verdachte in dit verband worden opgelegd de toets van art. 8 lid 2 EVRM Pro kunnen doorstaan. En dan zijn we aanbeland bij de derde stap van het hierboven aangehaalde toetsingsschema.
pressing social need) en niet of deze noodzakelijk is ter bescherming van de kinderen. Ook in dat licht bezien schiet mijns inziens het oordeel van het hof met betrekking tot de proportionaliteit niet tekort. Dat in dit geval de veiligheid van de ex-vrouw en de kinderen zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij onbegeleid contact met zijn kinderen, vind ik in het kader van de proportionaliteit niet onbegrijpelijk.