Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde feit, bewijsmiddelen heeft gebezigd die niet, althans niet zonder meer, redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
aangeefster) hebben elkaar ontmoet via Facebook. Zij hebben vervolgens nummers uitgewisseld en zijn via WhatsApp met elkaar gaan praten. Tijdens het videochatten met aangeefster heeft verdachte screenshots gemaakt van haar. Aangeefster liet haar blote kont en blote tieten zien. Toen aangeefster gekleed was in BH en slip, heeft verdachte ook screenshots van haar gemaakt.
tweede middelklaagt over de door het hof aan de verdachte opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden.
“Oplegging van straf en/of maatregel
BESLISSING
ter beschikking wordt gesteld, onder de volgende voorwaarden:
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Deelklacht (i)
konde rechter in een uitspraak een instelling de opdracht geven de ter beschikking gestelde bij de naleving van de aan hem opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen. Vanaf de genoemde wetswijziging is “
kan” opdracht geven vervangen door “
geeft” opdracht. Daarmee heeft de wetgever duidelijk willen maken dat de rechter altijd een instelling moet aanwijzen die hulp en steun aan de ter beschikking gestelde biedt (zijnde de reclassering). [8]
altijdaan de reclassering moet worden gegeven, terwijl art. 14d, tweede lid, Sr daartoe ‘slechts’ de mogelijkheid biedt. [9] Zelfs in het geval de genoemde herstelbeslissing achterwege blijft, kan het er dientengevolge voor worden gehouden dat die opdracht aan de reclassering Nederland is gegeven en dat de verdachte derhalve onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij de klacht.
Deelklacht (ii)
de factogedurende maximaal negen jaren een ongeclausuleerd en algemeen verbod oplevert voor de verdachte om zich in een andere EU-lidstaat te vestigen. De toelichting op het middel bevat voorts de klacht dat de combinatie van de drie voorwaarden in onderling verband en samenhang bezien, vrijheidsbeneming in de zin van art. 5 EVRM Pro oplevert, die niet wordt gerechtvaardigd door een wettelijke grondslag, terwijl niet blijkt dat het hof hiermee rekening heeft gehouden en/of zich daarvan rekenschap heeft gegeven.
Guzzardi t. Italië, Appl. nr. 7367/76), een vloeiende scheidslijn. Onder bepaalde specifieke omstandigheden kan van vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro ook sprake zijn zonder dat iemand feitelijk gedetineerd is. Dit kan aan de orde zijn, wanneer iemand langdurig onder intensief toezicht staat, daarbij is onderworpen aan een cumulatie van zware modaliteiten van vrijheidsbeperking en mede door de wijze waarop de maatregel wordt geëffectueerd in vergaande mate wordt beperkt in zijn (fysieke) bewegingsvrijheid. Ook het al dan niet kunnen onderhouden van sociale contacten is daarbij relevant. Bij het stellen van de voorwaarden dient de rechter er dan ook rekening mee te houden dat een cumulatie van ingrijpende vrijheidsbeperkende voorwaarden er – op den duur – toe zou kunnen leiden dat niet langer sprake is van vrijheidsbeperking, maar van vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro en dat de zelfstandige maatregel daarvoor geen grondslag biedt. De Nederlandse rechter is hier bij het stellen van vrijheidsbeperkende voorwaarden altijd zeer alert op en er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit bij het stellen van de voorwaarden in het kader van de zelfstandige maatregel anders zou zijn.” [16]