Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
De uitspraak waarvan herziening wordt aangevraagd
In het licht van het voorgaande acht het hof volstrekt niet aannemelijk dat de verdachte daadwerkelijk heeft gewerkt voor uitzendbureau [A] zoals opgenomen in de uitzendovereenkomst.
Toetsingskader
De als nova gepresenteerde gegevens
[getuige 3]heeft afgelegd op de openbare zitting van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2015;
[getuige 4]de heeft afgelegd op de openbare zitting van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2015;
[getuige 1]heeft afgelegd op de openbare zitting van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2015;
uitspraak van de Centrale Raad van Beroepvan 1 juni 2016, nr. 13/754 WW.