Conclusie
heeft vervoerd, gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en
ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar heeft gesteld tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en
opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
- die [slachtoffer] een zolderkamer in de [a-straat 1] ter beschikking gesteld voor het ontvangen van klanten met betrekking tot de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] en
- die [slachtoffer] gefaciliteerd in haar prostitutiewerkzaamheden door de hoeveelheid condooms en glijmiddel, aan te vullen en haar met de prostitutiewerkzaamheden verdiende geld in een kluis van zijn, verdachtes, vader te laten bewaren en
- die [slachtoffer] , terwijl zij aan hem, verdachte, had aangegeven buikpijn te hebben, geïnstrueerd om haar prostitutieklant toch binnen te laten en die klant niet te laten gaan en
- die [slachtoffer] heeft geïnstrueerd hoe zij om moest gaan met haar prostitutieklanten en wat zij tegen hen moest zeggen en
- accounts met daarop een seksadvertentie op naam van " [slachtoffer] " en/of " [slachtoffer] ", zijnde de werknamen van die [slachtoffer] aangevuld op een of meer sekssites te weten www.kinky.nl en/of www.sexjobs.nl en op die seksadvertentie(s) een foto van die [slachtoffer] geplaatst en die [slachtoffer] de ingangscode van die sekssite(s) gegeven en
- in het pand, althans dicht bij de locatie verbleven waar die [slachtoffer] haar seksklanten ontving en
- die [slachtoffer] gecontroleerd tijdens haar prostitutiewerkzaamheden door haar tijdens haar werkzaamheden te bellen en app-berichten te sturen.”
“Bewijsoverwegingen
Laten we een 500 maken vandaag met God’s wil’en nadat [slachtoffer] hem appt: ‘
Ik ga veel neuken deze maand’heeft hij gereageerd met: ‘
We kunnen makkelijk een 10:000 maken deze maand’. Voorts heeft de verdachte naar [slachtoffer] geappt:
‘(...) we als nog goed verdienden als we gelijk waren begonnen’ [2] . Het hof is van oordeel dat uit voornoemde berichten kan worden afgeleid dat de verdachte en [slachtoffer] het hebben over gezamenlijke inkomsten. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij van [slachtoffer] geld voor boodschappen kreeg [3] . [slachtoffer] heeft dat bevestigd en verklaard dat zij de verdachte af en toe € 50,00 gaf om goede boodschappen te kunnen doen. Zij gaf hem weleens ‘wat lekkers’. Daarmee bedoelde zij geld. Daarnaast heeft [slachtoffer] een auto voor de verdachte en zichzelf gekocht. Zelf had [slachtoffer] geen rijbewijs, de verdachte reed de auto [4] .
2° degene die een ander werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
3° […];
4° […];
5° degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of zijn organen tegen betaling beschikbaar te stellen dan wel ten aanzien van een ander enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen of zijn organen tegen betaling beschikbaar stelt, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
6° […];
7° […];
8° degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling of de verwijdering van diens organen tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
9° […].
2. Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van bedelarij, slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken, dienstbaarheid en uitbuiting van strafbare activiteiten.”
NJ2018/402 was aan de orde de rechtsvraag of “uitbuiting” impliciet als bestanddeel in onderdeel 5° dient te worden ingelezen. In de aan dit arrest voorafgaande conclusie komt mijn ambtgenoot Spronken met een beroep op de wetsgeschiedenis en de strekking van art. 273f Sr – die in het bijzonder minderjarigen wil beschermen tegen het verrichten van sekswerk – tot de slotsom dat evenals in de onderdelen 3° en 4° [13] in onderdeel 5° “uitbuiting” impliciet bestanddeel is. Naar haar mening kan het brengen tot prostitutie van minderjarigen, ook als daarbij geen vorm van dwang of misleiding wordt gebruikt, als een situatie van uitbuiting worden beschouwd, alleen al vanwege de omstandigheid dat in zijn algemeenheid kan worden aangenomen dat aan de exploitatie van prostitutie van minderjarigen misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht inherent is. “Eigenlijk komt het erop neer dat bij het prostitueren van minderjarigen er per definitie sprake is van uitbuiting en dat is iets anders dan dat uitbuiting geen impliciet bestanddeel van onderdeel 5° is”, aldus Spronken. De Hoge Raad oordeelt echter kort en krachtig dat “uitbuiting” geen impliciet bestanddeel van onderdeel 5° is:
zonder meervoldoende voor uitbuiting en rijst derhalve in het kader van art. 273f, eerste lid onder 2°, Sr de vraag wat voor de vervulling van het bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting meer nodig is dan louter (oogmerk op) de prostitutie van de minderjarige (c.q. deze ertoe brengen zich daartoe beschikbaar te stellen).
per definitieuitbuiting oplevert, wordt bij de beoordeling van de vraag óf van oogmerk tot uitbuiting sprake is, de waardering van de omstandigheden van het geval wel in overwegende mate ingekleurd door de – in het hierboven aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2018 tot uitgangspunt genomen – opvatting van de wetgever dat “in het algemeen aan de exploitatie van prostitutie van minderjarigen misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht inherent is”. Zowel de kwetsbare positie van het slachtoffer als de vrijheidsbeperkingen die de activiteit voor het slachtoffer hebben meegebracht, zijn immers in die beoordeling te betrekken factoren. Het hof heeft daarnaast uitvoerig gemotiveerd uit welke omstandigheden het afleidt dat de verdachte economisch voordeel trok uit het prostitutiewerk van het slachtoffer. Op grond hiervan concludeert het hof dat de verdachte het slachtoffer “heeft vervoerd, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk haar te faciliteren in haar prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren”.
“Oplegging van straffen
Tremadat betrekking heeft op met de onderhavige zaak vergelijkbare strafopleggingen; (3) de als bijlage toegevoegde uitspraken van het hof in de zaken tegen medeverdachten, waarin het hof tot een lagere straf komt dan door de rechtbank was opgelegd omdat het hof anders dan de rechtbank niet bij de strafoplegging betrekt dat er aanwijzingen zijn dat de verdachten deel uitmaken van een grotere groep jonge mannen die zich al langer bezig houdt met de uitbuiting van minderjarige meisjes; en (4) de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het betoog sluit af met de conclusie dat een straf passend is, waarvan een gedeelte voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden is en het onvoorwaardelijk gedeelte niet hoger uitkomt dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten. Subsidiair wordt aangevoerd dat de verdachte bereid en in staat is een taakstraf te verrichten.