Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
Overweging met betrekking tot het bewijs van het primair ten laste gelegde
Het middel
extravoorzichtig’ zou moeten zijn.” Daar komt nog bij, aldus nog steeds de steller van het middel, dat de voetgangers een loslopende hond bij zich hadden die zich midden op de rijbaan bevond en dat de voetgangers (kennelijk) geprobeerd hebben die hond van de rijbaan af te halen en zich daarbij zelf in de richting van het midden van de weg hebben bewogen. Door toch de eis te stellen dat de verdachte extra voorzichtig had moeten zijn, heeft het hof volgens de steller van het middel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel de bewezenverklaring onbegrijpelijk gemotiveerd.