Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het principaal cassatiemiddel
Tekortkoming.
destijds(onderstreping hof) door Van Boekel accountants en adviseurs, ontvangen van [betrokkene 2] , controller van de Quarz organisatie en de
stukken(onderstreping hof) van [C] B.V. (bijlage 5) van [betrokkene 4] , administrateur van [C] ." Uit het hiervoor aangehaalde gedeelte van de brief van 3 maart 2010 maakt het hof op dat destijds – dus ten tijde van het opmaken van de inbrengverklaring – de stukken (meervoud) van [C] door Van Boekel c.s. zijn ontvangen. Verder stelt het hof vast dat “bijlage 5” (de destijds, dus vóór het opstellen van de inbrengverklaring van [betrokkene 4] ontvangen stukken) de beide hiervoor genoemde kolommenbalansen betreft.
mag worden verondersteld.Factoren in dit verband zijn onder meer de omvang van de zorgplicht van de opdrachtnemer, zijn functie in het maatschappelijk verkeer en zijn deskundigheid. [7]
behoort te weten.Een en ander geldt ook indien, zoals in het onderhavige geval, de opdracht aan de accountant inhoudt dat hij een bepaalde verklaring dient af te geven en er geen twijfel bestaat dat die verklaring kan worden afgegeven, onverschillig de juistheid van de bedoelde financiële gegevens. Dat neemt immers niet weg dat voorzienbaar kan zijn dat de opdrachtgever zich wat betreft zijn handelen met betrekking tot de bedoelde aandelenverhouding en besluitvorming mede door die financiële gegevens zal laten leiden, althans zonder een adequate door de accountant te geven waarschuwing.
subonderdeel 1.2is dat een opdrachtnemer in beginsel alleen dan buiten het kader van zijn specifieke opdracht gehouden kan zijn om aan zijn opdrachtgever mededelingen te doen, indien de opdrachtnemer met de relevante feiten daadwerkelijk bekend is. Het hof zou dit hebben miskend omdat het slechts heeft vastgesteld dat de Accountant bij het opstellen van de inbrengverklaring de beschikking had over de twee kolommenbalansen, maar niet heeft vastgesteld dat de Accountant deze balansen heeft gezien, niet heeft vastgesteld dat de Accountant heeft gezien dat correcties zijn aangebracht en ook niet heeft vastgesteld dat de Accountant heeft geconstateerd dat tussen deze balansen het door het hof bedoelde significante verschil bestaat. Het subonderdeel verbindt aan een ander een rechts- en motiveringsklacht.