ECLI:NL:PHR:2019:415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klager in beklagprocedure teruggave beslag horloges en goudstaven
In deze zaak gaat het om een beklag van klager tegen de weigering tot teruggave van twee horloges en twee goudstaven die in beslag zijn genomen onder een verdachte in een strafzaak. Het gerechtshof Amsterdam had het klaagschrift van klager gedeeltelijk ongegrond verklaard, met name voor de teruggave van de horloges en goudstaven, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat klager rechthebbende was.
De advocaat-generaal (AG) concludeert dat het hof klager niet ontvankelijk had moeten verklaren omdat de horloges en goudstaven reeds onherroepelijk verbeurd zijn verklaard in de strafzaak tegen de verdachte. In een procedure ex artikel 552a Sv kan alleen worden beslist zolang het oordeel van de strafrechter over het beslag nog niet definitief is. Omdat de verbeurdverklaring reeds is uitgesproken, heeft klager geen belang meer bij zijn verzoek.
De AG bespreekt ook dat de vernietiging van het hofarrest door de Hoge Raad en de terugwijzing van de zaak niet tot een ander oordeel leiden, omdat het vonnis van de rechtbank waarin de verbeurdverklaring is uitgesproken nog steeds van kracht is. De Hoge Raad wordt geadviseerd klager alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn beklag. Voor het geval de Hoge Raad anders oordeelt, bespreekt de AG het middel dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast en onvoldoende gemotiveerd heeft.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de AG en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. Het hof had geen andere beslissing kunnen geven dan reeds in de strafzaak was bepaald. De zaak wordt daarmee afgedaan zonder inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot teruggave van de horloges en goudstaven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag over teruggave van horloges en goudstaven omdat deze reeds verbeurd zijn verklaard.