Conclusie
eerste middelklaagt ten aanzien van het bewezenverklaarde onder 1. dat het kennelijke oordeel van het hof dat voor een bewezenverklaring op de voet van art. 273f lid 1 aanhef en onder 4 Sr voldoende is dat komt vast te staan dat sprake is van een uitbuitingssituatie getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het
tweede middelklaagt dat het oordeel van het hof dat sprake was van misbruik van een kwetsbare positie onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd is. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten het werken als prostituee, daaronder begrepen het zich beschikbaar houden als prostituee)
Het oordeel van het hof
onder meerbetekenis toe aan de hiervoor bedoelde omstandigheden. Het hof heeft op deze omstandigheden gelet en aldus de juiste maatstaf aangelegd. In dit verband wijs ik er op dat het arrest overigens als beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij inhoudt dat de door de politie berekende gemiddelde opbrengst per klant € 100,- was en [benadeelde] dus met 40 klanten € 4.000,- heeft verdiend, waarvan zij € 500,- zelf heeft mogen houden. Het oordeel van het hof dat sprake is geweest van misbruik van een kwetsbare positie en van uitbuiting geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. [9]