Conclusie
3.Het eerste middel
Nadere bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor diefstal van elektriciteit in verband met een hennepkwekerij in een woning te ’s-Gravenhage. Het hof baseerde de bewezenverklaring op een proces-verbaal van aangifte en rapportages van een fraudespecialist van Stedin Netbeheer B.V., die een illegale elektriciteitsaansluiting constateerde.
De Hoge Raad stelde vast dat de bewijsmiddelen geen directe aanwijzingen bevatten voor de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van elektriciteit. Hoewel de verdachte onherroepelijk was veroordeeld voor het telen van hennepplanten in het pand, was niet vastgesteld welke rol hij precies speelde bij het telen en of hij zelf de illegale stroom gebruikte.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof ten onrechte de bewijslast heeft omgedraaid door te verwachten dat de verdachte moest aantonen waarom hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden. Het ontbreken van een verklaring van de verdachte kon niet leiden tot een bewijsvermoeden.
Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof opnieuw moet motiveren of en hoe de verdachte betrokken was bij de diefstal van elektriciteit. Dit arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin het medeplegen van diefstal elektriciteit bij hennepteelt onvoldoende was gemotiveerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor diefstal van elektriciteit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.