Conclusie
Onderdelen U (artikel 365) en V (artikel 366)
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep is veroordeeld wegens mensenhandel. De verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting in hoger beroep en kreeg de vonnismededeling pas jaren later uitgereikt, zonder dat hiervan een schriftelijke vertaling in een voor hem begrijpelijke taal was verstrekt. Volgens art. 366, vierde lid, Sv heeft een verdachte die de Nederlandse taal niet voldoende beheerst recht op een schriftelijke vertaling van de vonnismededeling.
De conclusie van de Advocaat-Generaal stelt dat het ontbreken van deze vertaling betekent dat de verdachte niet adequaat in kennis is gesteld van het arrest, waardoor het cassatieberoep ontvankelijk moet worden verklaard. Tevens is vastgesteld dat de mededeling van het arrest voldoet aan de overige wettelijke eisen van art. 366, derde lid, Sv.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting. Daarnaast is vastgesteld dat het hof in het oorspronkelijke arrest verzuimd heeft het verkort arrest aan te vullen met de bewijsmiddelen, wat leidt tot nietigheid van dat arrest. De conclusie benadrukt het belang van correcte vertalingen om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, conform de Europese richtlijn 2010/64/EU.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt ontvankelijk verklaard en het arrest wordt vernietigd en terugverwezen voor nieuwe berechting.