Conclusie
middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat het slachtoffer de echtgenote is van de verdachte. In dat verband wijst de steller van het middel erop dat in de onderhavige zaak sprake is van een in Irak volgens Islamitisch recht gesloten huwelijk en dat een dergelijk huwelijk niet meebrengt dat het slachtoffer kan worden aangemerkt als ‘echtgenoot’ als bedoeld in art. 304 Sr Pro, aanhef en onder 1°, Sr.
Stb.2006, 11 [13] voorgesteld het woord ‘levensgezel’ in art. 304 Sr Pro in te voegen. [14] De toelichting bij de nota van wijziging houdt het volgende in over het begrip ‘levensgezel’: