De twee notariële getuigen die ondertekenen: [getuige 1] en [getuige 2], verbonden aan de notariële afdeling van Driouch, verklaren dat zij om elf uur vijfendertig minuten van woensdag 29 Ramadan 1423, overeenkomstig met 04/12/2002, deze getuigenverklaring hebben opgemaakt en ingeschreven in het bewaringsregister van de eerste notariële getuige, nr. 11, folio [...], onder nr. [...], inhoudende als volgt:
Nadat er toestemming nr. [...] d.d. 04/12/2002, van de notariële rechter van de notariële afdeling van Driouch is overgelegd om deze huwelijksbevestiging op te maken, de twee notariële getuigen verklaren dat, op verzoek van [verdachte], zoon van [betrokkene 5] en van zijn moeder [betrokkene 6], geboren in het jaar 1060 (naar het hof begrijpt wordt hier het jaartal 1960 bedoeld) te [geboorteplaats], arbeider, houder van identiteitsbewijs nr. [001], wonende in [woonplaats], voor hen zijn verschenen de hierna genoemde twaalf getuigen die hebben verklaard dat zij kennen bovengenoemde verzoeker en zijn echtgenote [betrokkene 1] (naar het hof begrijpt wordt hiermee [betrokkene 1] bedoeld), dochter van [betrokkene 7] en van haar moeder [betrokkene 8], geboren in het jaar 1966 te [geboorteplaats], Marokkaanse, huisvrouw, niet in het bezit is van het Nationaal Identiteitsbewijs, wonende aan het vermelde adres volgens haar domicilieverklaring nr. [002] afgegeven door subgemeente Driouch op 20/11/2002. De getuigen hebben naar de wet geldende bepalingen het bestaan van het huwelijk van partijen sinds 1988 bevestigd, dat de bruidsschat bedroeg 5.000 dirham, dat de huwelijksvoogd van de vrouw haar vader was, dat de man met zijn echtgenote als echtelieden in hun huis hebben geleefd en dat de huwelijksbanden tot op heden niet verbroken zijn geweest. Deze verklaring is op verzoek van de man door getuigen afgelegd en bevestigd op grond van hun kennis en wetenschap en van hun relatie met de twee echtelieden. Partijen waren toen wegens zware omstandigheden niet in de gelegenheid geweest om een huwelijksakte door twee notariële getuigen te laten opmaken.
Hierna volgt een opsomming van twaalf getuigen.
De getuigen zijn allen meerderjarige mannen en worden genoemd met naam, voornaam, beroep, en met het nummer van hun Nationaal Identiteitsbewijs.
De twee notariële getuigen verklaren van het voorafgaande getuige te zijn en dat de identiteit van aanwezigen vastgesteld is zoals hierboven vermeld is.
Hierna volgen onleesbare handtekeningen van de twee notariële getuigen, vermelding van de notariële rechter, zijn paraaf stempel en datum.
Hierna volgen de stempel van de vertaler, nummer [003] en datum 29 april 2003.
Hierna volgen stempel (niet leesbaar) ter legalisatie van de handtekening.
Hierna volgen stempels van de Nederlandse ambassade te Rabat op 7 mei 2003 en handtekening van [betrokkene 9].
Op de volgende bladzijde volgen:
Ter legalisatie van de handtekening van de notariële rechter volgen stempels en datum 20 april 2003.
Stempels van het Ministerie van Justitie.
Stempels van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Samenwerking, een zegel en datum 20 april 2003."