Conclusie
eerste middelkeert zich tegen de veroordeling voor feit 3. Het hof heeft het bewijs dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de laptop wist dat deze door misdrijf was verkregen, geput uit een door het hof leugenachtig genoemde verklaring van verdachte over het moment waarop verdachte in het bezit van de laptop is gekomen. Uit het feit dat verdachte opzettelijk heeft verklaard dat de laptop al in zijn bezit was voordat deze was gestolen kan niet zomaar worden geconcludeerd dat verdachte de waarheid heeft willen bemantelen. Bovendien heeft verdachte eerst ook verklaard dat hij niet meer wist hoe lang hij de laptop in zijn bezit had.
Overwegingen ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
tweede middelklaagt over een schending van de redelijke termijn in cassatie. Op 11 januari 2016 is cassatie ingesteld en de stukken zijn eerst op 15 september 2016 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.