Conclusie
- [betrokkene 1] dreigend heeft toegevoegd: “Geef me je geld, geef me je geld” en
- aan [betrokkene 1] een mes heeft getoond.”
eerste middelklaagt dat het hof het verzoek tot het houden van fotoconfrontaties met getuigen [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] op onjuiste, onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden heeft afgewezen, althans hiervan (alsnog) heeft afgezien nadat het dit verzoek had ingewilligd.
tweede middelklaagt dat het hof in strijd met art. 344a, derde lid Sv jo. 360, eerste lid Sv en art. 415 Sv Pro, zonder nadere motivering voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van een proces-verbaal van bevindingen houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt.
“Een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, kan, buiten het geval omschreven in het tweede lid, alleen meewerken tot het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, indien ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:
derde middelklaagt dat de beslissing van het Hof ten aanzien van de onttrekking aan het verkeer van het mes onbegrijpelijk, althans ontoereikend is gemotiveerd.