Conclusie
eerste middelbestrijdt de motivering van de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat verdachte aangifte heeft gedaan. Naar het oordeel van de steller van het middel is er geen sprake van een aangifte als bedoeld in art. 163, eerste lid, Sv jo 188 Sr nu de aangifte is gedaan namens de benadeelde [betrokkene 1] terwijl uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte daartoe was voorzien van een bijzondere schriftelijke volmacht van [betrokkene 1] .
13.Het eerste middel treft geen doel.
tweede middelbevat twee klachten over de motivering van de bewezenverklaring.
21.Beide in het tweede middel geformuleerde klachten falen.
derde middelklaagt over de motivering van de beslissing op het verweer van verdachte dat haar verklaring bij de politie onder druk c.q. ten gevolge van dwingende suggestieve vragen tot stand is gekomen. Zie voor die beslissing van het hof onder randnummer 5 hierboven.