ECLI:NL:HR:2009:BK5605
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opgave bewijsmiddelen bij bekennende verdachte en kwalificatie overtreding APV Amsterdam
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de aantekening van een mondeling arrest in hoger beroep, betreffende de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen, beperkt mag worden tot verwijzing naar processtukken bij een bekennende verdachte. De verdachte werd ervan beschuldigd op 27 september 2005 in Amsterdam twintig plaatsbewijzen voor evenementen te koop aan te bieden en in voorraad te hebben, terwijl hij zich niet in een daarvoor bestemde ruimte bevond.
Het Hof had bewezen verklaard dat de verdachte deze plaatsbewijzen te koop aanbood in de omgeving van de Arena Boulevard en kwalificeerde dit als een overtreding van artikel 2.17 van de Algemene Plaatselijke Politieverordening (APV) Amsterdam 1994. De verdachte stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte volstond met een opgave van bewijsmiddelen en dat de kwalificatie onjuist was, mede omdat voetbalwedstrijden volgens artikel 2.11 APV zijn uitgezonderd van het begrip evenement.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en oordeelde dat de regeling omtrent de aantekening van mondelinge vonnissen geen beperking kent tot bekennende verdachten. Tevens werd geoordeeld dat de kwalificatie van het bewezen verklaarde als overtreding van artikel 2.17 APV terecht was, omdat de omschrijving van het begrip evenement in artikel 2.11 APV niet dwingt tot uitsluiting van voetbalwedstrijden in deze context.
Het beroep van de verdachte werd verworpen en het arrest van het Hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof blijft in stand.