In deze zaak stond de vraag centraal of het aantreffen van ongeveer 1000 gram hennep in een bigshopper kan worden bewezen op basis van een proces-verbaal van bevindingen van politieverbalisanten, zonder dat een laboratoriumtest heeft plaatsgevonden. De verdachte werd ervan verdacht hennep te vervoeren in zijn auto. De politie had een penetrante henneplucht geroken en een grote hoeveelheid henneptoppen in de tas gezien.
De verdediging voerde aan dat zonder een test niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het materiaal hennep betrof. Het hof verwierp dit verweer en stelde vast dat de waarnemingen van meerdere verbalisanten, die beroepsmatig met hennep in aanraking komen, voldoende waren voor het bewijs. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het niet noodzakelijk is dat een indicatieve test wordt uitgevoerd om tot een veroordeling te komen.
De Hoge Raad benadrukte dat het proces-verbaal van opsporingsambtenaren bijzondere bewijskracht toekomt en dat het hof een vrije bewijswaardering heeft. De verdachte heeft geen aannemelijke alternatieve verklaring gegeven en was niet verschenen bij de zittingen. Het beroep van de verdachte werd verworpen.