ECLI:NL:HR:2008:BD1715
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring van uitvoer van XTC-pillen met werkzame stof MDMA
In deze strafzaak stond de uitvoer van XTC-pillen met de werkzame stof MDMA centraal. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, waarbij hij samen met anderen in de periode van 3 tot en met 5 juni 2003 XTC-pillen uitvoerde. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte, tapgesprekken, politieprocessen-verbaal en forensisch onderzoek.
De tapgesprekken tussen verdachte en medeverdachten toonden versluierde communicatie over de levering en kwaliteit van XTC-pillen. Daarnaast werden bij doorzoekingen grote hoeveelheden pillen en verpakkingsmateriaal aangetroffen die MDMA bevatten. Het hof oordeelde dat de gedragingen van verdachte en medeverdachten samenhingen met de uitvoer van XTC-pillen met MDMA als werkzame stof.
Verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en niet uit de bewijsmiddelen volgde dat het om MDMA ging. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het hof zijn oordeel kennelijk en niet onbegrijpelijk had gegrond op de bewijsmiddelen en de feiten die zich na de bewezenverklaarde periode hadden voorgedaan.
De Hoge Raad handhaafde daarmee de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, voor medeplegen van uitvoer van XTC-pillen met MDMA.