ECLI:NL:PHR:2017:363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen gelden
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk, wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof wees de vordering tot verbeurdverklaring van conservatoir in beslag genomen gelden af. Zowel verdachte als het Openbaar Ministerie stelden cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het handelen van verdachte kwalificeerde als gewoontewitwassen, waarbij de gedragingen van verwerven, voorhanden hebben, overdragen en omzetten van geldbedragen gericht waren op het verhullen van de criminele herkomst van gelden afkomstig uit valselijke toeslagenaanvragen. De bijzondere kwalificatie-uitsluitingsgrond voor witwassen van eigen misdrijf is hier niet van toepassing omdat het geld via derdenrekeningen werd omgeleid.
Ten aanzien van de verbeurdverklaring stelt de Hoge Raad dat conservatoir beslag ex art. 94a Sv niet in de weg staat aan verbeurdverklaring ex art. 33a Sr. Het hof heeft dit ten onrechte afgewezen. De Hoge Raad vernietigt dit deel van het arrest en verklaart de in beslag genomen gelden alsnog verbeurd. Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee de veroordeling in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van verdachte, bevestigt de veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen en verklaart conservatoir in beslag genomen gelden alsnog verbeurd.