De bewezenverklaring steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen die onder nrs. 1 t/m 49 zijn opgenomen in een aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv. Voor de bespreking van het middel kan worden volstaan met een samenvatting van de inhoud van deze bewijsmiddelen.
- Bij de bewijsmiddelen 1 t/m 8 gaat het in hoofdzaak om verklaringen van getuige [betrokkene 3] , die onder meer inhouden dat deze getuige door medeverdachten [betrokkene 2] en [medeverdachte 3] is bedreigd en dat zij hun haar bankpasje en een kopie van haar identiteitsbewijs heeft gegeven. Verder bevatten deze verklaringen een foto-identificatie van de verdachte.
- Bewijsmiddel 9 betreft de verklaring van de verdachte die inhoudt dat hij sinds enige tijd samenwoonde met medeverdachte [medeverdachte 3] .
- De bewijsmiddelen 10 t/m 12 houden verklaringen in van de getuigen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] over de afgifte van bankpasjes aan de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , de aanschaf van meerdere mobiele telefoons voor de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] en bankactiviteiten die door de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] per laptop werden uitgevoerd. In samenhang met de overige bewijsmiddelen kan uit bewijsmiddel 13 worden afgeleid dat de medeverdachten [medeverdachte 2] en [betrokkene 2] bij een bankautomaat een bedrag van € 2.000,- van de rekening van [betrokkene 3] hebben opgenomen.
- De bewijsmiddelen 14 en 15 bevatten overzichten van de door verdachte en zijn medeverdachten gebruikte IP-adressen en het daaraan gekoppelde gebruik van digitale accounts voor het versturen van berichten naar de Belastingdienst, terwijl de bewijsmiddelen 16 en 17 gegevens bevatten over de woonadressen van de verdachte en de medeverdachten [betrokkene 2] en [medeverdachte 3] .
- Bewijsmiddel 18 houdt onder meer in dat bij de doorzoeking van de verblijfplaats van medeverdachte [medeverdachte 2] een USB-stick met een grote hoeveelheid persoonsgegevens van derden waarvan de burgerservicenummers zijn misbruikt, is aangetroffen. In een overzicht wordt tevens de tenaamstelling van de bankrekeningen vermeld waarop de toeslagen door de Belastingdienst zijn overgemaakt. Verder blijkt uit dit bewijsmiddel dat bij de genoemde doorzoeking ook nog een papiertje met de pincode van een bankpasje van [betrokkene 6] is aangetroffen en dat een ander bankpasje van deze Rezaei in de woning van medeverdachte [betrokkene 2] is gevonden.
- De bewijsmiddelen 19 en 20 bevatten gegevens over de (in totaal) 492 burgerservicenummers die door de verdachte en zijn medeverdachten zijn gebruikt voor het aanvragen van zorg- en/of huurtoeslagen en over de resultaten van onderzoek met betrekking tot verschillende onder medeverdachte [betrokkene 2] inbeslaggenomen voorwerpen.
- Bewijsmiddel 21 houdt in dat de computer die op de verblijfplaats van medeverdachte [medeverdachte 2] is aangetroffen en waarop de op diezelfde verblijfplaats gevonden USB-stick aangesloten is geweest, die volgens de verklaring van de vriendin van medeverdachte [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 2] toebehoorde, terwijl bewijsmiddel 22 onder meer informatie over een doorzoeking van de woning van de verdachte en [medeverdachte 3] bevat.
- De als bewijsmiddel 23 gebruikte verklaring van medeverdachte [betrokkene 2] houdt in dat deze medeverdachte de bedenker van de werkwijze van het aanvragen van zorg- en/of huurtoeslagen voor derden was, dat hij vele aanvragen voor toeslagen zelf heeft verricht en dat een deel van de aanvragen door hem is gedaan vanuit de woning waar medeverdachte [medeverdachte 2] verbleef.
- De bewijsmiddelen 24 tot en met 35 bevatten concrete informatie over tal van door de verdachte en zijn medeverdachten verrichte aanvragen voor zorg- en/of huurtoeslagen en in dit verband bij de Belastingdienst opgegeven gegevensmutaties en bevatten daarnaast verschillende verklaringen van derden die inhouden dat zij niet van de genoemde aanvragen die op hun naam waren gedaan op de hoogte waren.
- Uit de bewijsmiddelen 36 en 37 kan worden afgeleid dat verschillende – in de vorm van toeslagen op de bankrekeningen van derden ontvangen – geldbedragen zijn doorgestort naar de bankrekeningen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] en dat medeverdachte [betrokkene 1] hierbij een rol heeft gespeeld. Bewijsmiddel 38 bevat onder meer de verklaring van de verdachte dat hij het verdiende geld heeft uitgegeven aan de inrichting van zijn huis.
- De bewijsmiddelen 39 en 40 maken duidelijk dat bij de doorzoeking van de verblijfplaats van medeverdachte [medeverdachte 2] onder meer nog een bundel bankbiljetten met een totale waarde van € 5.250,- en een hoeveelheid muntgeld met een totale waarde van € 859,69 in beslag is genomen.
- Bewijsmiddel 41 betreft een verklaring van de vriendin van medeverdachte [medeverdachte 2] waaruit het hof kennelijk mede heeft afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte 2] of zijn vriendin in de tenlastegelegde periode geen substantiële (legale) inkomsten genoot, terwijl bewijsmiddel 42 inhoudt dat medeverdachte [medeverdachte 2] in diezelfde periode niettemin feitelijk ten minste een bedrag van € 29.000,- tot zijn beschikking heeft gehad.
- De bewijsmiddelen 43 t/m 49 zien ten slotte grotendeels op de betrokkenheid van onder andere de verdachte en medeverdachte [betrokkene 1] bij aanvragen voor zorg- en/of huurtoeslagen die zijn gedaan met gebruikmaking van een IP-adres van een hotel in Rotterdam.