Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
eerste onderdeelis gericht tegen rov. 15 van het bestreden arrest en betoogt in de kern dat het beroep van Allianz op de limiet van art. 8:983 BW Pro naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het
tweede onderdeelis gericht tegen rov. 17 van het bestreden arrest en betoogt dat het limitatiebedrag van art. 8:983 BW Pro ten minste vanaf het jaar 1987 moet worden geïndexeerd.
Onderdeel 1betoogt, kort samengevat, dat het hof in rov. 15 van het bestreden arrest blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting dan wel van een onbegrijpelijke motivering door te overwegen dat de omstandigheid dat het beroep van Allianz op de aansprakelijkheidslimiet van art. 8:983 BW Pro naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (rov. 14), niet meebrengt dat de limiet geheel terzijde moet worden gesteld. Volgens het onderdeel moet Allianz de volledige schade van [eiser] vergoeden op grond van art. 1 EP Pro en art. 3, 6, 8, 13 en 14 EVRM, althans tot een hoger bedrag dan € 198.787,-. Het onderdeel betoogt dat de beslissing van het hof in rov. 15 in elk geval onbegrijpelijk is in het licht van de door [eiser] aangevoerde feiten en omstandigheden, omdat het hof niet motiveert waarom een bedrag van € 198.787,- kan gelden als een ‘fair balance’ tussen het recht op respectievelijk belang bij volledige schadevergoeding en het algemeen belang bij een limitering van de schade. Het onderdeel betoogt dat het hof geen of onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de omstandigheden waarop [eiser] in feitelijke instanties een beroep heeft gedaan. [32] In de kern betreft het de volgende omstandigheden: (i) de limiet van art. 8:983 lid 1 BW Pro is niet langer maatschappelijk aanvaardbaar; (ii) de limiet is in strijd met art. 1 EP Pro; (iii) de limiet is achterhaald; (iv) de limiet is in strijd met het gelijkheidsbeginsel; (v) de ernst van het letsel van [eiser] en de grote persoonlijke en financiële gevolgen daarvan; (vi) de aansprakelijkheid van de eigenaar/exploitant van de klipper is gedekt onder een aansprakelijkheidsverzekering.
globalebeperking in de binnenvaart af te wachten. [50] Dat het hof niet heeft aangesloten bij de limiet van € 451.400,- getuigt derhalve niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd.