Conclusie
eerste middelbevat twee klachten. In de eerste plaats dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van heroïne in de auto die hij bestuurde. In de tweede plaats had het hof de omstandigheid dat de verdachte tot de terechtzitting aanvankelijk heeft geweigerd een verklaring af te leggen en in hoger beroep heeft geweigerd bepaalde vragen te beantwoorden, niet tegen hem mogen gebruiken door op grond daarvan de verklaring van de verdachte dat hij niet op de hoogte was van de pakken heroïne en dat de zakjes heroïne die in zijn broekzak waren aangetroffen voor eigen gebruik waren, terzijde te schuiven.
tweede middelklaagt dat het hof het geldbedrag van € 1.832,00 ten onrechte verbeurd heeft verklaard, aangezien het oordeel van het hof dat dit geldbedrag geheel of grotendeels door middel van het bewezenverklaarde feit is verkregen onbegrijpelijk is.