Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
3 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van heroïne en cocaïne. Tevens werd een geldbedrag van €2.639,35 verbeurd verklaard, omdat het hof oordeelde dat dit bedrag geheel of grotendeels was verkregen door middel van het bewezenverklaarde.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met name gericht op de motivering van de verbeurdverklaring. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het geldbedrag geheel of grotendeels door het bewezenverklaarde was verkregen. Hierdoor was het oordeel van het hof niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor het onderdeel van de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel.
De overige middelen van cassatie werden verworpen, omdat deze geen aanleiding gaven tot cassatie. De zaak wordt dus opnieuw behandeld door het hof, met name over de verbeurdverklaring van het geldbedrag.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en terugverwezen voor hernieuwde berechting.