Conclusie
middel
“een junkachtig type” is onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte redelijkerwijs in de veronderstelling kon verkeren dat de aangeefster hem zou kunnen steken met een mes of enig ander voorwerp. De raadsvrouw heeft ter zitting aan de hand van foto’s gesteld dat de verdachte en aangeefster zich bevonden in een steeg van ongeveer 1.60 m breed, waar fietsen aan de zijkant tegen de muur waren geplaatst. De verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat en waarom het voor hem niet mogelijk was de steeg, die hij kort daarvoor had betreden, ook weer aan de ene of de andere zijde te verlaten.