Conclusie
6 oktober 2000 een raamovereenkomst gesloten voor het gebruik van collocatiefaciliteiten van KPN [3] door Inovara. KPN was verplicht derden, waaronder Inovara, toegang tot haar netwerk te verlenen. Inovara diende daartoe aan KPN een eenmalige vergoeding te betalen. Daarnaast werd zij huur verschuldigd.
2.Bespreking van het principale cassatieberoep
Wertenbroek q.q./X’, NJ 2010, 154). Dit betekent dat de in rov. 6 vermelde nieuwe stellingname van de curator toelaatbaar is.”
Juridisch kader
Tw”) (oud) en artikel 3, derde lid, van de Verordening ontbundelde toegang (“
de Verordening”) jo artikel 6.10 Tw (oud) en meer in het bijzonder de toepassing en uitleg die aan dit kostenoriëntatievereiste is gegeven door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (“
OPTA”). OPTA heeft hiertoe de Richtsnoeren over collocatie en eenmalige kosten met betrekking tot toegang tot de aansluitlijn d.d. 20 december 2000 (de “
Richtsnoeren”) opgesteld (
productie 7). Deze Richtsnoeren dienen te worden beschouwd als beleidsregels in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.”
Primair
Subsidiair
achterafingenomen standpunt dat de (rechten uit de) overeenkomsten zich niet langer in de boedel bevonden, zodat zij ook geen medewerking kon verlenen aan een overdracht aan Novaxess, niet alleen in strijd met de goede trouw, maar tevens onjuist is. KPN heeft haar toestemming aan die overdracht mitsdien op onredelijke gronden onthouden. Daarmee heeft KPN onrechtmatig gehandeld cq. is KPN toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van (art. 3.9d van de) Raamovereenkomst en is zij gehouden de daaruit voor Inovara voortvloeiende schade te vergoeden.”
subonderdeel 1.1tot uitgangspunt dat de curator met zijn stellingname dat de geherformuleerde vordering III.a tot terugbetaling van de eenmalige vergoeding toewijsbaar is op grond van de ongedaanmakingsverplichting van KPN als gevolg van de ontbinding van de raamovereenkomst, een nieuwe grondslag voor toewijzing van zijn eis heeft geïntroduceerd na het tussenarrest, hetgeen, aldus KPN, in strijd is met de twee-conclusieregel.
subonderdeel 1.4, niet kon concluderen dat KPN door inhoudelijk in te gaan op de nieuwe grondslag van de vordering, ondubbelzinnige toestemde met de vermeerdering van de grondslag na het tussenarrest. Het hof heeft dan ook blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting over wat geldt als ‘ondubbelzinnige toestemming’ in de zin van (onder meer) het Wertenbroek/[...]-arrest van 19 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI8771).
geherformuleerde petitumen worden daarover opmerkingen gemaakt.