Conclusie
een afbeelding/gegevensdrager bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 364 dagen voorwaardelijk. Het hof heeft tevens de onttrekking aan het verkeer bevolen van een inbeslaggenomen voorwerp en voor het overige het vonnis in eerste aanleg bevestigd.
eerste middelklaagt over het bewezenverklaarde ‘in bezit hebben’ en over de verwerping van het tot vrijspraak strekkende verweer, inhoudend dat het voor de bewezenverklaring vereiste opzet op dat bestanddeel ontbreekt.
tweede middelklaagt dat de bestreden uitspraak innerlijk tegenstrijdig is wat betreft het aantal afbeeldingen waarvan het bezit de verdachte wordt verweten en wat betreft de vraag of sprake is van een gewoonte maken van het plegen van het misdrijf. Voorts klaagt het over het oordeel van het hof dat de verdachte van het bezit van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt.
terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt” abusievelijk is weggevallen in de bewezenverklaring. Daarbij neem ik in aanmerking dat in de bewezenverklaring de niet bewezen geachte onderdelen van de tenlastelegging zijn doorgestreept, terwijl genoemd onderdeel niet is doorgestreept maar niet meer is vermeld. Dat doet vermoeden dat bij de weergave van de bewezenverklaring iets mis is gegaan. De bewezenverklaring kan in zoverre verbeterd worden gelezen.
groot aantal” afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad, maar dat anderzijds is overwogen dat de verdachte moet worden vrijgesproken van alle andere ten laste gelegde afbeeldingen dan de tien die concreet zijn tenlastegelegd omdat niet kon worden vastgesteld wat die afbeeldingen precies inhielden.
een groot aantal” van bedoelde afbeeldingen in bezit heeft gehad. Nu de tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsmiddelen enkel een beschrijving bevatten van tien concreet genoemde afbeeldingen, en (terecht) is geoordeeld dat de verdachte van het bezit van de overige bestanden moet worden vrijgesproken, had de aanduiding ‘groot aantal’ ook moeten worden weggelaten in de bewezenverklaring. Afgezien van de tien specifiek genoemde en beschreven afbeeldingen, bevat de bewijsvoering immers geen concrete beschrijving van die afbeeldingen zodat daaruit niet kan worden afgeleid dat elk van die afbeeldingen inderdaad kinderpornografisch van aard is. De bewezenverklaring is in zoverre daarom onvoldoende naar de eis der wet met redenen omkleed en het middel klaagt daarover terecht.
groot aantal”, de bewezenverklaarde gedragingen kunnen worden gekwalificeerd als het een gewoonte maken van bezit van kinderporno, en bij de strafmotivering desondanks rekening kon worden gehouden met het totale aantal aangetroffen afbeeldingen zoals het hof heeft gedaan, kan de bewezenverklaring met weglating van die woorden verbeterd worden gelezen. Het middel kan ook in zoverre niet tot cassatie leiden.