ECLI:NL:HR:2006:AU9104
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs van opzet bij bezit kinderporno
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor bezit van kinderporno op grond van artikel 240b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht. Het hof had vastgesteld dat verdachte op 20 oktober 2003 op de harde schijf van zijn computer meerdere afbeeldingen van seksuele gedragingen met minderjarigen in bezit had.
De Hoge Raad stelt vast dat het strafbare feit van bezit van kinderporno alleen kan worden bewezen indien sprake is van opzet. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat verdachte opzettelijk de betreffende afbeeldingen in bezit had, ook niet in voorwaardelijke zin. Hierdoor is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor zover het betreft het bezit van kinderporno en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 28 februari 2006.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor het bezit van kinderporno wegens onvoldoende bewijs van opzet en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.