ECLI:NL:PHR:2010:BN8215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gewoonte maken van bezit van kinderpornografisch materiaal
Verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld wegens het maken van een gewoonte van het bezit van kinderpornografisch materiaal, bestaande uit ongeveer 41.213 multimediafiles verspreid over diverse gegevensdragers, waaronder harde schijven en cd-roms. Het Hof concludeerde dat verdachte deze bestanden gedurende bijna drie jaar stelselmatig verzamelde, opsloeg en ordende, waarmee hij een gewoonte maakte van het plegen van het misdrijf ex art. 240b Sr.
De rechtbank had eerder een lichtere straf opgelegd, namelijk een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf, mede gebaseerd op psychologische en psychiatrische rapportages waaruit bleek dat verdachte niet leed aan een psychiatrische stoornis of parafilie en dat het recidivegevaar gering was. Het Hof oordeelde echter dat gezien de ernst, omvang en duur van het misdrijf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat het gewoonte maken niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid. Uit het feit dat verdachte de bestanden in delen verzamelde en zorgvuldig ordende, leidde de Hoge Raad af dat sprake was van een gewoonte. Ook het middel dat klaagde over ontoereikende strafmotivering faalde, omdat het Hof de straf passend motiveerde gezien de ernst van het misdrijf en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het Hof en verwierp het beroep van verdachte, waarmee de opgelegde straf van 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, in stand bleef.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens gewoonte maken van bezit van kinderpornografisch materiaal.