Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
(...) In de procedure in eerste aanleg hebbenbelanghebbenden, naar blijkt uit de brief van hun toenmalig gemachtigde [A] aan de Rechtbank van 20 mei 2015, hun beroepen beperkt tot de in onderstaandeoverzicht vermelde beslissingen en mededelingen die in de brief zijn aangeduid als 'besluiten’.
(...) De betekenis van de beschikking is, zoals ook blijkt uit de wetsgeschiedenis gelegen in de rechtszekerheid. Zij beschermt de belastingplichtig tegen de mogelijkheid dat bij een verschil van mening tussen de inspecteur en hen over het bestaan van een fiscale eenheiden/of het tijdstip waarop deze is ingegaan, een beslechting van dat geschil in de door de inspecteur voorgestane zin, tot gevolg zou hebben dat zij tegen hun wil als fiscale eenheidworden behandeld voor een periode gelegen vóór het moment waarop de inspecteur zijn standpunt ter zake bekend heeft gemaakt (...)'.
4.Relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wet op de omzetbelasting 1968