ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking van het ondernemerstarief voor bestelauto wegens ontbreken ondernemerschap
Eiser ontving op 27 december 2005 een beschikking waarbij het lage ondernemerstarief voor motorrijtuigenbelasting werd toegepast op zijn bestelauto. Verweerder trok deze beschikking op 5 maart 2007 in, waarna eiser bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking.
De rechtbank oordeelde dat de beschikking een definitief karakter had en onherroepelijk was geworden door het verstrijken van de bezwaartermijn. Hoewel de wet geen expliciete regeling bevat voor intrekking van een onherroepelijk begunstigend besluit, kan verweerder op grond van het legaliteitsbeginsel en algemene rechtsbeginselen de beschikking intrekken mits strenge eisen worden nageleefd.
De rechtbank stelde vast dat eiser uitsluitend diensten om niet verricht en daarmee geen economische activiteit in de zin van de Zesde BTW-richtlijn verricht. Hierdoor voldoet eiser niet aan de voorwaarden voor ondernemerschap zoals vereist voor het ondernemerstarief. De intrekking met terugwerkende kracht tot 27 december 2005 is daarom gegrond.
De rechtbank wees ook op het rechtszekerheidsbeginsel, maar vond dat in dit geval van de gebruikelijke ex nunc werking kon worden afgeweken omdat eiser bij de oorspronkelijke beschikking was gewaarschuwd voor mogelijke intrekking. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen werd de mogelijkheid tot hoger beroep geboden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het ondernemerstarief bevestigd.