In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van Imation centraal, gericht tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2015. Het geschil betreft de thuiskopievergoeding die Imation aan Stichting De Thuiskopie (STK) zou moeten betalen over blanco gegevensdragers. Na een uitgebreid procesverloop met vonnissen en arrest, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank deels vernietigde en deels bekrachtigde en de zaak terugwees voor verdere behandeling, stelde Imation cassatieberoep in tegen het arrest.
STK voerde verweer tegen de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelde dat het arrest een tussenarrest is, waartegen op grond van art. 401a lid 2 Rv geen tussentijds cassatieberoep openstaat zonder verlof. Imation betoogde dat het arrest (gedeeltelijk) een eindarrest is en dat tussentijds cassatieberoep open zou moeten staan vanwege de aard van de rechtsvragen en de procesverloop.
De Hoge Raad oordeelt dat bepalend is wat in het dictum van het arrest staat. Omdat het hof in het dictum geen eindbeslissing nam over enig deel van de vorderingen, maar de zaak terugwees, is sprake van een tussenarrest. De wet verbiedt tussentijds cassatieberoep tegen tussenarresten zonder verlof, en het hof heeft verlof geweigerd. De argumenten van Imation voor tussentijds cassatieberoep worden erkend, maar de discretionaire bevoegdheid van het hof om verlof te weigeren is niet toetsbaar in cassatie. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.