Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verzoek tot het horen van vijfentwintig getuigen heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het verweer, ertoe strekkende dat het openbaar ministerie in zijn vervolging niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het in strijd met het vertrouwensbeginsel, het verbod van willekeur of enig ander beginsel van een goede procesorde heeft gehandeld, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
derde middelbevat de klacht dat het hof de toepassing van art. 9a Sr achterwege heeft gelaten op gronden die dat oordeel niet kunnen dragen.