ECLI:NL:PHR:2015:478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling voor oplichting wegens ontbreken bewijs valse hoedanigheid
Het arrest betreft cassatie tegen een vonnis van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van verduistering, medeplegen van valsheid in geschrift en oplichting. De verdachte kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd.
De verdediging stelde onder meer dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk was omdat de klacht van de benadeelde niet rechtsgeldig was ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat ondanks het ontbreken van een formele schriftelijke volmacht, uit het dossier en de aanvullende aangifte bleek dat de benadeelde daadwerkelijk wilde dat de vervolging werd ingesteld. De ontvankelijkheid van het OM werd bevestigd.
Ten aanzien van de verduistering oordeelde het hof dat slechts één overschrijving van €50,- zonder toestemming was gedaan, terwijl andere bedragen onvoldoende bewezen waren. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet bestreden.
Voor de oplichting wegens het aannemen van een valse hoedanigheid oordeelde de Hoge Raad dat het enkel zich voordoen als een bonafide verkoper niet voldoende is. Het hof had onvoldoende bewijs dat verdachte zich anders dan als bonafide verkoper had voorgedaan of dat de benadeelden door het gebruik van een valse hoedanigheid waren bewogen tot betaling. Daarom werd dit deel van het arrest vernietigd.
De Hoge Raad vernietigde de veroordeling voor de oplichting en de daarbij behorende strafoplegging, en verwierp het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de veroordeling voor oplichting wegens het ontbreken van bewijs voor een valse hoedanigheid en bevestigt de overige veroordelingen.