Conclusie
eerste middelkomt op tegen het oordeel van de Rechtbank dat rechtsgeldige machtigingen als bedoeld in art. 552m, derde lid, Sv zijn gegeven.
tweede middelstelt de begrijpelijkheid aan de orde van het (vermeende) oordeel van de Rechtbank dat geen nieuwe machtiging behoefde te worden verleend voor het rechtshulpverzoek van 4 juni 2012, nu de voor het eerste rechtshulpverzoek afgegeven machtiging tevens betrekking had op het doorzoeken van de woningen van [medeklager 1] en [medeklager 2].
derde middelklaagt over het oordeel van de Rechtbank dat gegevensdragers waarop digitale gegevens zijn vastgelegd op basis van een rechtshulpverzoek kunnen worden overgedragen aan een autoriteit van een vreemde staat.
vierde middelklaagt dat de Rechtbank “de responsieplicht” schendt door niet te reageren op een gevoerd verweer.
Rechtmatigheid vastlegging gegevens
vijfde middelklaagt primair dat de Rechtbank niet heeft gereageerd op een gevoerd verweer, inhoudende dat bepaalde documenten niet binnen de kaders van het rechtshulpverzoek vallen en derhalve geen strafvorderlijk belang dienen zodat deze dienen te worden geretourneerd aan klaagster. Subsidiair klaagt het middel dat, voor zover het oordeel van de Rechtbank wel moet worden aangemerkt als een reactie op het verweer, dit oordeel van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.
Het standpunt van klaagster.