ECLI:NL:HR:2007:AZ2129
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot horen getuige in raadkamerprocedure niet beslissingsplichtig en beroep verworpen
In deze zaak stond het verzoek van de verdediging centraal om de verbalisant L.H.A. Huisman te horen over de criteria die hij hanteerde bij de toetsing van inbeslaggenomen stukken. De rechtbank had echter niet beslist op dit verzoek tijdens de raadkamerprocedure.
De Hoge Raad overwoog dat noch het aanvullend proces-verbaal noch de bestreden beschikking een beslissing bevatte op het verzoek tot het horen van de getuige. Desondanks stelde de Hoge Raad vast dat geen van de toepasselijke artikelen in de Wetboek van Strafvordering nietigheid verbindt aan het verzuim om op een dergelijk verzoek te beslissen.
Verder werd overwogen dat het verzuim niet zodanig strijdig was met een goede procesorde dat het de nietigheid van het onderzoek zou moeten veroorzaken. Daarbij speelde mee dat het verzoek was gebaseerd op een twijfel van de verdediging over de relevantie van de stukken, dat de officier van justitie had bevestigd dat de stukken betrekking hadden op het rechtshulpverzoek, en dat een controle door de FIOD/ECD had plaatsgevonden waarbij niet-relevante stukken waren teruggegeven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de bestreden beschikking van de rechtbank. Er was geen grond voor ambtshalve vernietiging van de beschikking.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het niet beslissen op het getuigenverzoek geen nietigheid oplevert.