Conclusie
“Afgezien van de gevallen waarin de zaak eindigt in een veroordeling tot een straf of maatregel of in de toepassing van art. 9a Sr, en waarin aldus is komen vast te staan dat de gewezen verdachte de aandacht van de justitiële autoriteiten — en het maken van kosten voor een raadsman — aan zichzelf te wijten heeft, kan uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 591a Sv niet worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd de mogelijkheid tot toekenning van een dergelijke vergoeding te binden aan strikte grenzen wat betreft de fase van het strafproces waarin de kosten van een raadsman in de geëindigde strafzaak zijn gemaakt of wat betreft de aard van de met die zaak rechtstreeks verband houdende juridische procedure.”
(…)
6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.”
Schending dan wel verkeerde toepassing van het recht en/of verzuim van vormen doordat het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch ten onrechte heeft geoordeeld dat de verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure op de voet van art. 164, achtste lid, WVW 1994, alsmede voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het desbetreffende verzoekschrift wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.