ECLI:NL:GHAMS:2017:1571
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Röttgering
- Iedema
- Leenaers
- Rechtspraak.nl
Verzoek schadevergoeding gewezen verdachte na niet-ontvankelijkverklaring OM alcoholslotprogramma
Appellante verzocht om een schadevergoeding van in totaal €12.538,81 wegens kosten gemaakt in verband met vervangend vervoer, rechtsbijstand, tijdverzuim, reiskosten en de verzoekschriftprocedure na een strafzaak waarin het OM niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege deelname aan een alcoholslotprogramma.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. Het hof oordeelde dat het verzoek wel tijdig was ingediend binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van de niet-ontvankelijkverklaring van de strafzaak op 18 november 2015. Het hof stelde vast dat de bestuursrechtelijke procedure niet onder het begrip 'zaak' valt zoals bedoeld in art. 591a Sv en art. 164 WVW Pro 1994.
Het hof oordeelde dat de strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel was geëindigd en dat appellante ontvankelijk was in haar verzoek. Echter, gelet op de feiten dat appellante onder invloed een auto bestuurde en niet om tegenonderzoek vroeg, en dat het alcoholslotprogramma een punitieve sanctie is, vond het hof geen gronden van billijkheid voor vergoeding van de meeste kosten.
Wel werd een vergoeding van €830 toegekend voor de kosten van het opstellen, indienen en toelichten van het verzoekschrift. De rest van het verzoek werd afgewezen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof beval de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellante.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €830 toe voor de kosten van het verzoekschrift en wijst het overige verzoek tot schadevergoeding af.