Conclusie
4.Inleiding
5.Bewijs en bewijsvoering
6. Algemene uiteenzetting gang van zaken 2 en 3 december 2012
6.Het eerste en het tweede middel
eerste middelklaagt dat het Hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de – voor het bewijs gebezigde - verklaring van getuige [getuige 11] onbetrouwbaar is. Het
tweede middelbetoogt dat het Hof niet, althans ontoereikend, heeft gerespondeerd op het door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1]onbetrouwbaar is en dat het gebruik van die verklaring in strijd is met het door art. 6 EVRM Pro gegarandeerde ondervragingsrecht. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Ik was in shock geraakt. Ik lette niet op de personen wie het deden achteraf in mijn hoofd zie ik dat wel maar dat ga ik niet opletten. Het belangrijkste voor mij was die persoon.’ [medeverdachte 1] heeft dus helemaal niet gezien wie er heeft getrapt maar hier achteraf rugnummers en namen aan verbonden.
7.Middel 3
8.Middel 4
9.Middel 5
10.Middel 6
bijlage 3aan dit proces-verbaal wordt gehecht en geacht wordt daarvan deel uit te maken”. De bedoelde bijlage 3 – die inderdaad vastgehecht is aan het zittingsverbaal – bestaat enkel uit de pleitnota van de raadsvrouw. Daarnaast bevindt zich bij de stukken een lijvige pleitnota van Spong advocaten, die echter niet – of niet meer – gehecht is aan de pleitnota van de raadsvrouw en dus ook niet aan het proces-verbaal van de zitting. Achter de genoemde pleitnota van Spong advocaten is evenwel een bijlage 4 gehecht, die de repliek van de advocaat-generaal bevat. Het proces-verbaal van de zitting vermeldt op p. 33 dat deze repliek als bijlage 4 aan dit proces-verbaal wordt gehecht en geacht wordt daarvan deel uit te maken. Gelet daarop moet de raadsvrouw geacht worden ook overeenkomstig de pleitnota van Spong advocaten te hebben gepleit. Op p. 24 van deze pleitnota wordt een (voorwaardelijk) verzoek tot het doen uitvoeren van een genetisch onderzoek door dr. Veinot uit Canada gedaan.
11.Middel 7
Primair: niet ontvankelijkheid van de vordering