Conclusie
2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod en om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk.
middelklaagt over de strafoplegging, met name dat deze niet begrijpelijk is gemotiveerd en wellicht op een vergissing berust.
in die zin dat een langere voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd” wat ongelukkig aandoen omdat deze lijken te suggereren dat het hof slechts van zins is een groter deel van de op te leggen gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan, is deze niet onverenigbaar met de door het hof opgelegde straf. Het hof heeft immers in de eerste zin van zijn laatste overweging duidelijk aangegeven dat het een hogere straf passend acht dan in eerste aanleg is opgelegd en door de AG is gevorderd.