Conclusie
in all matters pertaining to’ [002]. Op 7 juni 2004 heeft [eiseres] een gelijkluidende, ook door [verweerder] getekende, schriftelijke volmacht verleend aan [verweerder] ‘
in all matters pertaining to’ [001]. Deze schriftelijke volmachten zijn gegeven ter bevestiging van eerder gegeven mondelinge machtigingen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.2,waarin in de eerste plaats wordt geklaagd dat het oordeel van het hof in rechtsoverwegingen 8 en 11 van een onjuiste rechtsopvatting getuigt omdat aldaar wordt miskend dat hij die jegens een ander een toerekenbare onrechtmatige daad pleegt op grond van art. 6:162 BW Pro aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade. Volgens het subonderdeel ziet het hof eraan voorbij dat [verweerder] aansprakelijk is voor het (feitelijk) door hem verrichte handelen als dit handelen een onrechtmatige daad oplevert die hem kan worden toegerekend, althans miskent het hof dat van (persoonlijke) aansprakelijkheid van [verweerder] ook sprake kan zijn als zijn handelen niet ‘in privé’ maar in de hoedanigheid van bestuurder wordt verricht. Het subonderdeel klaagt voorts dat, indien het hof dit niet heeft miskend, zijn oordeel ontoereikend is gemotiveerd.
vollediglos staat van zijn bestuurstaak, bijvoorbeeld indien een bestuurder te eigen bate fraudeert of indien er, zoals in het Spaanse villa-arrest, sprake is van een ‘beroepsfout’ of een daarmee te vergelijken situatie [15] .
persoonlijkrustende zorgvuldigheidsverplichting. Bij dat laatste moet, aldus deze schrijvers, met name gedacht worden aan normen die zich richten tot personen die door middel van een vennootschap diensten verlenen waarvoor specifieke deskundigheid is vereist en ligt het voor de hand dat daarvan eerder sprake is bij beroepsbeoefenaren-bestuurders die hun werkzaamheden vanuit een vennootschap verrichten dan bij bestuurders van een productiebedrijf.
Grief 11
ernstige verwijtgemaakt worden dat hij zonder daarvoor de benodigde toestemming te hebben gehad en tegen de instructies in, gelden die aan zijn opdrachtgever toekwamen aan de vennootschap waarover hij de volledige zeggenschap had, heeft laten betalen, en vervolgens dit zonder rechtsgrond aan een ander (Dynamic Air) heeft doorbetaald.
Onrechtmatige daad:
subonderdelen 1.3 en 1.4zijn gericht tegen de rechtsoverwegingen 7.5, 8 en 11. Subonderdeel 1.3 klaagt dat voor zover het hof mocht hebben geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat [verweerder] persoonlijk de verweten handelingen heeft verricht, dit oordeel onjuist althans onbegrijpelijk is. Volgens subonderdeel 1.4 is voor zover het hof heeft geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat [verweerder] in privé heeft gehandeld aldus moet worden verstaan dat de feitelijk door [verweerder] verrichte handelingen rechtens zouden hebben te gelden als handelingen van uitsluitend een Tulip-vennootschap, dat oordeel onjuist dan wel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.
subonderdelen 1.5-
1.9zijn gericht tegen rechtsoverweging 7.6.1.
subonderdelen 1.7 [36] -1.9gaan uit van de lezing dat het hof heeft geoordeeld dat de volmachten wel aan [verweerder] zijn verleend, maar dat niet kan worden gezegd dat [verweerder] de handelingen als vertegenwoordiger/gevolmachtigde in privé heeft verricht.
subonderdelen 1.11en
1.12nemen tot uitgangspunt dat het hof in de rechtsoverwegingen 8 en 11 heeft geoordeeld dat [verweerder] niet in privé aansprakelijk is omdat hem van zijn handelen (in hoedanigheid van bestuurder verricht) geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Volgens de subonderdelen is dat oordeel dan onjuist en/of ontoereikend gemotiveerd.
subonderdeel 2.2geeft het oordeel van het hof dat de norm zoals die onder meer in het arrest Ontvanger/[B] is aanvaard, niet strekt tot bescherming van [eiseres] nu deze op de hoogte was van de slechte financiële situatie bij de Tulip-vennootschappen, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het subonderdeel betoogt daartoe dat deze norm juist wel strekt tot bescherming van een schuldeiser zoals [eiseres] die heeft getracht te voorkomen dat het gevaar dat de Tulip-vennootschappen niet aan hun financiële verplichtingen zouden kunnen voldoen zich zou verwezenlijken, door aan [verweerder] (persoonlijk) volmachten te verlenen en specifieke instructies te geven, terwijl [verweerder] in weerwil daarvan de volmachten heeft overschreden door de koopsom van de vliegtuigen over te maken aan een derde.
subonderdelen 2.4-2.7richten klachten tegen het slot van rechtsoverweging 13.1, waar het hof heeft overwogen dat [eiseres] haar stelling dat [verweerder] destijds wist of redelijkerwijs had moeten weten dat ook Dynamic onvoldoende verhaal zou bieden, gezien de gemotiveerde betwisting van [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd.