ECLI:NL:PHR:2014:323
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest zware mishandeling ambtenaar wegens onjuiste bewijswaardering en terugwijzing
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor zware mishandeling van een politieambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening, waarbij hij met opzet een gebroken wijsvinger en verwondingen aan de wijsvinger toebracht door langdurig te bijten. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer, medische rapporten en het proces-verbaal van de politie.
De verdediging voerde aan dat het bewijs voor opzet en zwaar lichamelijk letsel onvoldoende was en dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat het letsel zwaar was vanwege de breuk, langdurige uitval en blijvend gevoelsverlies, en dat de gedraging van de verdachte met opzet was verricht.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het hof zich ten onrechte heeft beroepen op een toelichting van het slachtoffer bij de vordering tot schadevergoeding, die niet als wettig bewijsmiddel kan dienen. Hierdoor ontbreekt een voldoende nauwkeurige en wettige bewijsgrond voor het vastgestelde blijvende gevoelsverlies en daarmee het zwaar lichamelijk letsel.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het gaat om de bewezenverklaring van het feit, de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De overige onderdelen blijven ongewijzigd.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van zware mishandeling, strafoplegging en schadevergoeding.