Conclusie
Bewijs
Ik kan mij dit gesprek tussen mij en [verdachte] wel herinneren. Volgens mij ging dat gesprek over dat de mensen van De Nederlandse Bank met een legitimatiebewijs op de proppen kwamen, welke ze hadden aangetroffen in de map legitimatiebewijzen op het kantoor in Zeewolde. Dat betrof een legitimatiebewijs van [verdachte]. Ik zag dat dit [verdachte] was. Ik hoorde de naam [verdachte] toen pas voor het eerst. Ik wilde telefonisch geen contact meer. Dit omdat ik het vermoeden had dat we afgeluisterd werden.
Ik realiseer mij dat het buitenlandse geld dat ik voor anderen inwisselde wel eens crimineel geld of zwart geld van anderen kon zijn. Je verdient een extraatje en dan ga je door. (..) Op een gegeven moment weet je dat het geld dat uit Engeland komt, is verdiend met de handel in drugs. (..) Ik heb nooit gevraagd waar het geld van afkomstig was. Ik wist wel dat Engeland bekend stond om de afname van drugs en deze drugs worden betaald met ponden. Deze ponden komen naar Nederland en worden vervolgens ingewisseld voor euro's".
zelf begaanmisdrijf, welke gedraging een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door
eigen (grond)misdrijfverkregen voorwerp gericht karakter heeft. Met verwijzing naar HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2001 en HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:127 meen ik ervan te mogen uitgaan dat een dergelijk geval zich hier niet voordoet. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch uit de aan dat proces-verbaal van de terechtzitting gehechte pleitnota blijkt dat door of namens verzoeker is aangevoerd dat de door hem als medepleger gewisselde geldbedragen afkomstig zijn uit eigen misdrijf, terwijl uit ’s Hofs bewijsvoering evenmin rechtstreeks voortvloeit dat de geldbedragen afkomstig zijn uit een door verzoeker zelf begaan misdrijf. Het kan er derhalve in cassatie voor worden gehouden dat de geldbedragen die verzoeker telkens onder zich had, niet uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Dat betekent dat de aangescherpte motiveringseisen waarop hierboven is gewezen, in de voorliggende zaak niet van toepassing zijn [3] , en dat de eerdere rechtspraak van de Hoge Raad in gevallen als de onderhavige omtrent het bestanddeel ‘uit enig misdrijf afkomstig’ ongewijzigd van kracht is gebleven. Voorts wijs ik erop dat hier niet hoeft vast te staan “om welk grondmisdrijf het precies gaat en door wie dat waar en wanneer is begaan”. [4]