ECLI:NL:PHR:2014:2066
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving van art. 51 Sv in hoger beroep strafzaak poging diefstal
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen en kreeg een taakstraf opgelegd. Het Hof Den Haag verklaarde het hoger beroep van de verdachte bij verstek niet-ontvankelijk, omdat de verdachte noch zijn raadsman bij de zitting waren verschenen.
In cassatie klaagt de verdachte dat het Hof ten onrechte geen toepassing gaf aan art. 51 Sv Pro, dat voorschrijft dat een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep aan de raadsman moet worden gezonden. Uit het dossier bleek dat mr. Lamers als raadsman van de verdachte had opgetreden in eerste aanleg en dit ook schriftelijk had bevestigd, wat als een stelbrief kan worden beschouwd.
Het Hof had moeten onderzoeken of het voorschrift van art. 51 Sv Pro was nageleefd voordat het het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Dit onderzoek heeft het Hof niet verricht. Bovendien was niet gebleken dat een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep aan de raadsman was gezonden.
De Hoge Raad oordeelt dat de niet-naleving van art. 51 Sv Pro een ernstige schending van het procesrecht inhoudt die de geldige behandeling van de zaak in hoger beroep in de weg staat. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het Hof voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep met inachtneming van de juiste procesvoorschriften.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling met naleving van art. 51 Sv.