Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof ten onrechte voor het bewijs van feit 1 een CIE-verbaal heeft gebruikt, terwijl de inhoud van de voor de bewezenverklaring redengevende CIE-informatie niet in toereikende mate wordt gedekt door de overige door het Hof gebezigde (niet-anonieme) bewijsmiddelen.
In de woning van [verdachte] aan de [a-straat 1] in Zoetermeer ligt een grote hoeveelheid (ik begrijp: geld, EH). Dit geld is de opbrengst van de verkoop van verdovende middelen. In de woning liggen ook verdovende middelen en waarschijnlijk een vuurwapen."
tweede middelkeert zich tegen de bewezenverklaring van feit 1 en behelst de klacht dat het Hof kennelijk van oordeel is dat de onder verzoeker aangetroffen geldbedragen uit eigen misdrijf afkomstig zijn, terwijl het Hof niets heeft vastgesteld waaruit kan worden afgeleid dat te dien aanzien gedragingen zijn verricht die ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die gelden, zodat het Hof zijn oordeel dat sprake is van witwassen ontoereikend heeft gemotiveerd.
Nadere bewijsoverweging
Begin februari 2012 kwam bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid Haaglanden informatie binnen dat in de woning van de verdachte, gelegen aan de [a-straat 1] te Zoetermeer, een grote hoeveelheid geld aanwezig zou zijn, afkomstig uit de verkoop van verdovende middelen. In de woning zouden verdovende middelen liggen en waarschijnlijk een vuurwapen.
Naar aanleiding van deze informatie is nader onderzoek ingesteld. De resultaten daarvan hebben vervolgens geleid tot een doorzoeking van de genoemde woning en het bijbehorende erf op 9 februari 2012.
geenrechtstreeks verband valt te leggen met een concreet (door de verdachte begaan) misdrijf, kan niettemin worden tenlastegelegd en mogelijk worden bewezenverklaard dat een onder de verdachte aangetroffen contant geldbedrag "uit enig misdrijf afkomstig is". Wel moet dan kunnen worden gezegd – en die eis wordt aan de motivering van de rechter gesteld - dat het in het licht van de feiten en omstandigheden van het onderhavige geval niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. [2]
kennelijkvan oordeel is dat de onder verzoeker aangetroffen geldbedragen uit eigen misdrijf zijn verkregen. Het is te begrijpen dat de steller van het middel op zoek is gegaan naar aanwijzingen die dit standpunt aannemelijk kunnen maken. In de toelichting op het middel worden er drie aangereikt, namelijk: in de nadere bewijsoverweging wordt verwezen naar het aantreffen van een hennepkwekerij; in bewijsmiddel 16 is opgenomen dat het geld in de woning afkomstig is van drugshandel; in de strafmotivering heeft het Hof overwogen dat verzoeker zich heeft schuldig gemaakt aan de teelt van hennep, hij heeft bijgedragen aan de verspreiding daarvan en hij zich daarbij door geldelijk gewin heeft laten leiden.
daarbijheeft laten leiden door financieel gewin. De door de steller van het middel verwoorde ‘aanwijzingen’ geven naar het mij voorkomt geen vruchtbare bodem aan de opvatting dat het Hof kennelijk of impliciet is uitgegaan van een verband tussen de geldbedragen en een door verzoeker zelf begaan misdrijf.
derde middelhoudt in dat verzoeker met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde niet een duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis heeft afgelegd, zodat het Hof ten aanzien van dit feit niet mocht volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.
Ik had er nooit aan moeten beginnen. Ik zou geld krijgen als de plantjes verkocht zouden worden. Ik noem geen naam. Het kan kloppen dat er verpakkingsmateriaal is aangetroffen. Die stekken stonden er vanaf 6 à 7 weken voor de datum waarop binnen gevallen werd. Ik heb de stekken nagelopen, gekeken of ze het deden of er wortel aan zat en ik heb ze ook wel eens water gegeven. Eneco heeft de stroom aangesloten, dat is zo geregeld. De schade is betaald. In 2008 is er ook hennep bij mij aangetroffen.”
vierde middelbehelst de klacht dat verzoeker met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde niet een duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis heeft afgelegd, zodat het Hof ten aanzien van dit feit niet mocht volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.