ECLI:NL:PHR:2013:CA2549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het novumbegrip en herzieningsprocedure in strafzaken
In dit arrest bespreekt de Hoge Raad de herzieningsprocedure van onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen, met bijzondere aandacht voor het begrip 'novum'. De zaak bevat een uitgebreide analyse van de voorwaarden waaronder een nieuw gegeven kan leiden tot herziening, waarbij het onderscheid tussen feitelijke omstandigheden en deskundigeninzichten centraal staat.
De Hoge Raad benadrukt dat een novum een omstandigheid van feitelijke aard moet betreffen, waarbij een nieuw deskundigeninzicht ook als novum kan gelden indien het een nieuwe interpretatie van reeds bekend bewijsmateriaal betreft die de rechter niet heeft doorgrond. Juridische gronden voor herziening worden uitgesloten. Tevens wordt het belang van een causaal verband tussen het novum en het ernstige vermoeden van onschuld benadrukt.
De procedurele aspecten worden besproken, waaronder de rol van de procureur-generaal bij de Hoge Raad in het verrichten van nader feitenonderzoek en de advisering door de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). De memorie van toelichting en jurisprudentie worden uitgebreid besproken, evenals internationale vergelijkingen met Frankrijk, Engeland en Duitsland.
De Hoge Raad gaat ook in op de beperkingen van het novumbegrip, de noodzaak van een hoge drempel voor herziening ter bescherming van de rechtszekerheid, en de wijze waarop nieuwe wetenschappelijke inzichten en forensische technieken in de procedure kunnen worden betrokken. De zaak bevat tevens een diepgaande wetenschapsfilosofische beschouwing over waarneming, interpretatie en bewijswaardering in het strafproces.
Uitkomst: Herzieningsaanvraag ongegrond verklaard wegens ontbreken van een toereikend novum.