ECLI:NL:PHR:2013:BZ7386
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige cessie van vorderingen in factoringovereenkomst tussen Kraamzorg en Fa-med
In deze zaak staat centraal of de factoringovereenkomst tussen Kraamzorg Nederland B.V. en Fa-med B.V. tevens kan worden aangemerkt als een akte van cessie in de zin van artikel 3:94 lid 1 BW Pro. Kraamzorg was failliet en de curator betwistte de rechtsgeldigheid van de cessie van vorderingen aan Fa-med. De rechtbank en het hof oordeelden dat de factoringovereenkomst ook de akte van levering bevatte, mede gelet op de feitelijke uitvoering waarbij vorderingen per e-mail werden aangeleverd en Fa-med deze aanvaardde.
De Hoge Raad toetst of het hof de juiste maatstaven heeft gehanteerd bij de uitleg van de overeenkomst en bevestigt dat het hof de Haviltex-maatstaf correct toepaste. De akte hoeft niet expliciet te vermelden dat zij tot levering strekt, maar moet zodanige gegevens bevatten dat de verkrijger redelijkerwijs mag aannemen dat levering bedoeld is. Het hof heeft terecht de feitelijke gang van zaken betrokken bij de uitleg.
De curator voerde onder meer aan dat de factoringovereenkomst slechts de titel bevatte en niet de akte, en dat de bewijslast onjuist was verdeeld. Deze klachten worden door de Hoge Raad verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en omdat de uitleg van het hof niet onbegrijpelijk is. De Hoge Raad wijst ook op het belang van de redelijke verwachtingen van partijen en de uitvoering van de overeenkomst. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de factoringovereenkomst geldt als een rechtsgeldige akte van cessie.