ECLI:NL:PHR:2013:BZ5663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot verrekening van vordering gederfde winst na faillissement onder stil pandrecht
In deze zaak staat centraal of Fortis haar vordering tot vergoeding van gederfde winst en rente, ontstaan door beëindiging van de factoringovereenkomst vanwege faillissement van Favini Meerssen en Favini Apeldoorn, kan verhalen op betalingen van debiteuren die op stil verpande factorrekeningen zijn ontvangen.
De rechtbank wees de vorderingen van de curatoren af, maar het hof verklaarde dat Fortis haar vordering niet mocht incasseren of verrekenen met tegoeden op de factorrekeningen en veroordeelde Fortis tot terugbetaling van ten onrechte geïncasseerde bedragen. Fortis stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat de vordering tot vergoeding van gederfde winst pas na faillissement is ontstaan en daarom niet onder de dekking van het stil pandrecht valt. Verrekening op grond van art. 53 Fw Pro is niet mogelijk omdat de vordering niet voortvloeit uit vóór faillissement verrichte handelingen, en betaling door debiteuren na faillissement leidt tot een afdrachtverplichting van Fortis die niet met haar vordering kan worden verrekend.
De Hoge Raad wijst ook op het onderscheid tussen bestaande (voorwaardelijke) vorderingen en toekomstige vorderingen, en bevestigt dat het pandrecht alleen zekerheden biedt voor vorderingen die vóór faillissement zijn ontstaan. De cassatie wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vordering tot vergoeding van gederfde winst niet onder het stil pandrecht valt en niet kan worden verrekend met betalingen na faillissement.