ECLI:NL:PHR:2013:BY5722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring en strafoplegging voor ontuchtige handelingen jegens minderjarige pleegzoon
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens het plegen van ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen met een vinger, jegens een minderjarige pleegzoon tussen 1998 en 2000. De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof achtte de ernst van het feit en de kwetsbaarheid van het slachtoffer aanleiding voor een zwaardere straf.
De bewezenverklaring was gebaseerd op meerdere bewijsmiddelen, waaronder de aangifte van het slachtoffer, telefoongesprekken waarin verdachte seksuele handelingen erkende, en verklaringen van betrokkenen. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onvoldoende was en dat het hof de stukken niet correct had behandeld, maar deze klachten werden door de Hoge Raad verworpen.
Ook het verweer dat het recht op een eerlijk proces en een redelijke termijn was geschonden, werd afgewezen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was en dat de strafoplegging niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige pleegzoon.